De week van Linda
Elke week kan je in De Zondag Linda’s columns lezen. Ze laat je meegenieten van haar leven als bakkersvrouw, vol leuke ontmoetingen, grappige situaties en koffiekoeken. Veel koffiekoeken.
Lees een selectie ervan- 1
- 2
- 3
Braderie
Braderieën zijn er in alle formaten. Groot, klein, intimistisch, bombastisch, zonnig of verregend: ze bestààn. Die van ons dorp is eerder een van het minimalistische soort. Een dertigtal kraampjes, een podium en enkele muzikanten die het straattoneel opfleuren, daar moeten we het mee stellen. Maar neem het van me aan: ambiance verzekerd, jaar na jaar. Afgelopen week was het zover. En het werd een speciale editie deze keer, de vijfentwintigste, een reden temeer om er een specialleke van te maken. Er werd zelfs een tijdelijk feestcomité opgericht, waarbij mijn man en ik vrijwillig werden ingelijfd. De vergaderingen alleen al waren het lidmaatschap waard, want niet alleen werd er gebrainstormd over feestelijke initiatieven, maar tegelijk ook nagekaart en bijgepalmd. “Ik vind dat er een springkasteel moet zijn”, opperde de ene. “En een grote tombola”, vond de andere. Uiteindelijk werden beide plannen unaniem goedgekeurd, net als een ingehuurde fanfare met marionetten, een traktatie van de burgemeester voor alle dorpsgenoten en een Miss Braderie-verkiezing. Er zou gefeest worden, zeker weten. Wij, een klein dorp? Dàn kennen ze ons nog niet. Vorige woensdag werd om 9 uur het startschot gegeven door niemand minder dan onze pastoor, die officieel het lint doorknipte. “25 jaar braderie, u bent welgekomen”, sprak hij vroom alle omstaanders toe. “En laat u maar eens goed gaan”, voegde hij er fijntjes aan toe. Onze pastoor kent zijn wereld, neem dat van me aan. Zelf hadden mijn man en ik een heus koffiehuis op poten gezet. Met Parijse bistrotafeltjes en –stoelen, garçons met een lange schort en een uitgebreid gamma taartjes en gebak. Wie het te warm vond, kon zelfs huisgemaakt ijs bestellen. En om het feestelijk gevoel compleet te maken, hadden we een lokale chansonnier uitgenodigd. Het was fantastisch. Mijn man en ik zijn weliswaar op enkele dagen tijd een jaar ouder en vijf kilo lichter (met dank aan het werken bij dertig graden Celsius!) geworden, maar we hébben ons geamuseerd. Zelfs in die mate dat mijn man bij het ‘sluiten van de deur’ nog een Jacques Dutronc op zo’n Parijs bistro-tafeltje ten beste heeft gegeven. Een ijshoorntje deed dienst als micro, en onze bakkersgast verzorgde de tweede stem. Il est cinq heures, Paris ’s éveille. Sinds dat moment ben ik ervan overtuigd: mijn man is een ziener. Want om vijf uur die nacht zagen we in ons straatbeeld plots Parijse tafeltjes staan, waardoor we ons in de Franse hoofdstad waanden. Alleen die immense kater, de ochtend nadien, gooide roet in het eten. Il est huit heures, le boulanger ’s éveille. Ai!




