De week van Linda
Elke week kan je in De Zondag Linda’s columns lezen. Ze laat je meegenieten van haar leven als bakkersvrouw, vol leuke ontmoetingen, grappige situaties en koffiekoeken. Veel koffiekoeken.
Lees een selectie ervan- 1
- 2
- 3
I'm jogging
De kogel is door de kerk. De plannen waren er al een tijdje, maar pas afgelopen week werd het of?ciële startschot gegeven. Ik ben beginnen joggen. Niet alleen, niet doelloos, maar in groep en met als ultieme missie om volgend jaar samen de 20 kilometer van Brussel te lopen. Vijf vriendinnen en ondergetekende. In een gemeenschappelijke strijd tegen de overtollige winterkilo’s. Het begon banaal. Een jeans die protesteerde. Een bikini die liever de kast inbleef. “Zijn jullie ook wat bijgekomen, afgelopen winter?” Onze traditionele reünies begonnen vervaarlijk op een klaagzang te lijken. Vandaar, tabula rasa. We zouden er iets aan doen, en wel nu. Het sportieve initiatief gaf een nieuwe energieboost aan onze jarenlange vriendschap. We deelden ooit dezelfde school en zijn na enkele omzwervingen toch terug naar onze geboortestreek gekeerd. De ene getrouwd en kinderloos. De andere vrijgezel en vooral van plan om dat nog lang te blijven. Eentje staat in het onderwijs, een andere is manager in een computerbedrijf en een derde heeft een bloemenzaak hier in het dorp. We hebben allemaal een drukke agenda, maar maken standaard tijd vrij voor onze maandelijkse bijbabbelsessie. Die gaat traditioneel over mannen, kinderen, kleren en… kilo’s. “Als we nu eens samen gingen joggen? Eén keer per week, om te beginnen.” Zo gezegd, zo gedaan. We zouden starten op het kerkplein, elke donderdagavond om half acht. Voor een parcours van drie kilometer, dat geleidelijk aan zou worden uitgebreid. En zo verzamelden we vorige donderdag voor het eerst onder de kerktoren. Het was van mijn afspraak met mijn eerste lief geleden. Geen gezoen deze keer, maar sportief engagement. Klaar? Start! Mijn spieren protesteerden, mijn adem verloor elke vorm van regelmaat, het zweet brak me uit. Maar we haalden het, onze eerste drie kilometers, zonder kleerscheuren. De voldoening was groot, toen ik nadien onder de douche bedacht dat ik dat ik toch meer sport in mijn lijf had dan gevreesd. Mijn man lacht – hij is van het type dat tooghangen ook als een nationale sport beschouwt -, maar is tegelijk bijzonder fier. “Ik sta volgend jaar op de Esplanade van het Jubelpark met bloemen. Ter ere van mijn eigen Kim Gevaertje.”




